Veiligheids- en gezondheidsbeleid

Inleiding

Hier voor u ligt het veiligheids- en gezondheidsbeleid van kinderopvang De Tantie`s. Dit beleid is gericht op de voornaamste risico’s met grote gevolgen en het risico op grensoverschrijdend gedrag. Het beleid bevat een plan van aanpak hoe de risico’s ingeperkt worden en hoe gehandeld moet worden zodra een ongezonde en/of onveilige situatie zich voordoet. Daarnaast staat erin beschreven hoe de pedagogisch medewerkers de kinderen leren omgaan met kleine risico’s. Het document is opgedeeld in de verschillende ruimtes waaruit de kinderopvang bestaat. Ook is er een hoofdstuk waarin de risico’s beschreven staan die voor de hele locatie van toepassing zijn. Dit beleid staat standaard als agendapunt op de teamvergaderingen en wordt regelmatig geëvalueerd, bijgesteld en opnieuw geïmplementeerd op de groepen. Dit alles in overleg en afstemming met de pedagogisch medewerkers. Het gezondheids- en veiligheidsbeleid wordt bij indiensttreding verstrekt aan de pedagogisch medewerkers, zodat deze
ten alle tijden op de hoogte zijn.

Algemeen

Gebreken:
Als er gebreken worden geconstateerd, worden de eigenaren hiervan op de hoogte gebracht. Samen met de pedagogisch medewerker zien zij erop toe dat er actie ondernomen wordt.

Stagiaires:
Stagiaires vallen altijd onder de verantwoordelijkheid van de vaste pedagogisch medewerker. Verder zijn deze in het bezit van een nieuwe/geldige VOG. Stagiaires staan bij ons altijd boventallig ingepland.

Overdracht:
Er wordt altijd zorg gedragen voor een goede overdracht aan collega’s. Iedere morgen tijdens het eetmoment worden de bijzonderheden van de kinderen voor die dag besproken. Verder werken wij met een overdrachtschriftje. Hier staan alle bijzonderheden in die in de ochtend door de ouders worden overgedragen.

Koordjes/draden elektra etc.:
Koordjes van bijvoorbeeld raamdecoratie, draden van elektra etc., zijn buiten het bereik van kinderen.
Stopcontacten: Alle stopcontacten op de groepen zijn kindvriendelijk. Er kunnen geen voorwerpen in gestopt worden. Op deze manier is het niet uitnodigend en nauwelijks mogelijk voor het kind om zijn vingers of speelgoed in de gaten te stoppen.

Tassen medewerkers:
Tassen van de pedagogisch medewerkers worden buiten het bereik van kinderen bewaard, deze staan zowel op het kantoor of berging.

Nattigheid op de vloer:
Bij nattigheid op de grond (bijvoorbeeld van natte schoenen) wordt dit direct drooggemaakt i.v.m. gevaar voor uitglijden.

Dieren:
Virussen en bacteriën die normaal gesproken bij dieren voorkomen kunnen onder bepaalde omstandigheden overstappen naar mensen. Soms gaat dit via direct contact (aaien van dieren), soms via transport door insecten. Naast het overbrengen van ziekten kunnen dieren ook andere gezondheidsproblemen veroorzaken zoals allergische reacties. Op de groep zijn momenteel 2 hondjes aanwezig die allebei geregeld gecheckt worden door de plaatselijke dierenarts. Ze worden ontwormd, ontvlooit en krijgen hun inentingen. Zodra er een kindje word geplaatst die allergisch blijkt te zijn, gaan beide hondjes van de groep.

Roken:
Er geldt een rookverbod in het gehele pand . Er wordt nooit gerookt waar de kinderen bij zijn. Het is voor pedagogisch medewerkers enkel toegestaan te roken in hun pauze of voor of na werktijd.

Handen wassen:
Bacteriën worden veelal door handen overgedragen. Het goed en regelmatig wassen van de handen is dus zowel voor kinderen als pedagogisch medewerkers een effectieve manier om besmetting zoveel mogelijk te beperken. Het is belangrijk om handen te wassen op de volgende momenten: – Voor het aanraken, klaarmaken en geven van eten – Voor en na het aanbrengen van zalf of crème of het verzorgen van wonden. – Na toiletgebruik / billen afvegen / verschonen. Hierbij worden de kinderen die zelf naar het toilet gaan ondersteund. Na het contact met lichaamsvocht zoals speeksel en snot, braaksel, urine/ontlasting, wondvocht of bloed. – Na hoesten, niezen en snuiten – Na het buiten spelen – Na contact met vuile was, textiel, afwas, afval of de afvalbak – Na het uitvoeren van schoonmaakwerkzaamheden Handen wassen wordt gedaan op de volgende manier: – Gebruik stromend water – Maak de handen nat en doe er vloeibare zeep op – Wrijf de handen (gedurende 10 seconden) over elkaar en verdeel de zeep en het water – Spoel het met stromend water weer af – Handen droog maken met (het liefst een papieren) handdoek.
Aanleren van verantwoord niezen en hoesten:
Door niezen en hoesten kunnen ziektekiemen verspreid worden. Daarom is het belangrijk dat zowel kinderen als pedagogisch medewerkers de risico’s van het overbrengen van deze ziektekiemen beperken. Dit kan door de volgende aanwijzingen in acht te nemen: – Hoest of nies niet in de richting van een ander – Houd tijdens het hoesten of niezen de binnenkant van de elleboog voor de mond – Was de handen na hoesten, niezen of neus afvegen – Snottebellen bij kinderen worden direct afgeveegd. Dit om te voorkomen dat deze verspreid worden tijdens het spelen. Gebruik altijd tissues (1 per kind) en gooi deze direct na gebruik weg.

Allergieën:
Kinderen kunnen in aanraking komen met allergieën via stoffering van de ruimtes. Om dit te voorkomen hebben we gekozen voor gladde vloeren. Daarnaast gebruiken we zo min mogelijk vloerkleden. Er mogen geen verkregen spullen in gebruik worden genomen welke niet te wassen zijn op 60˚C.

Het verzorgen van wonden:
Wonden en blaasjes zijn broeinesten voor bacteriën. Bij het verzorgen van de wonden dient met een aantal punten rekening gehouden te worden. – Het wondvocht wordt gedept voordat het gaat lekken – Wondjes worden afgedekt met een pleister of steriel gaasje – Als materialen verontreinigd zijn met het wondvocht worden deze direct met reinigingsmiddel schoongemaakt. Handen worden na verzorging en aanraking van wonden gewassen (ook van kinderen die hiermee in aanraking zijn geweest)

Temperatuur/klimaat regeling (cv/airco)
Op de groepen en in de algemene ruimten is de temperatuur minimaal 20 graden. In het gehele gebouw is er een WTW Systeem aanwezig. ( warmte- terug- win systeem) Deze is ingesteld op de inhoud van de ruimte`s qua M3. De CV ketel is geplaatst in het CV hok. Op dagen met extreme temperaturen is het belangrijk maatregelen te nemen om de temperatuur binnen zo laag mogelijk te houden. Kinderen kunnen het risico lopen op warmte uitputting. Wanneer de temperatuur dreigt op te lopen tot boven de 22˚C moet zonwering gebruikt worden. Zonwering buiten (screens, zonneschermen) is meer effectief dan zonwering binnen. Het wijd openen van ramen is gunstig indien de buitentemperatuur niet hoger is dan 25˚C, er wordt anders juist warmte binnengelaten. Alleen wanneer de wind op de ramen staat kan het wijd openen van de ramen bij dergelijk hoge temperaturen aangenaam zijn. Verder kan het volgende helpend zijn bij hoge temperaturen: – Ramen en deuren blijven gesloten – Overdag wordt er zo min mogelijk verlichting aan gedaan – Monitors van computers en ook andere warmtebronnen worden zo min mogelijk gebruikt – Zonneschermen worden bij zonsopgang naar beneden gedaan en bij zonsondergang omhoog – Er worden geen bewegingsactiviteiten gepland – Laat de kinderen buiten blijven als het daar koeler is dan binnen

Ventilatie:
Ventilatie zorgt ervoor dat er ‘verse’ lucht van buiten naar binnen wordt toegevoerd en gebruikte lucht van binnen naar buiten wordt afgevoerd. Vooral bij infectieziekten die via in de lucht zwevende kleine druppeltjes worden overgedragen is een goede ventilatie belangrijk om verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Daarnaast is ventilatie ook belangrijk voor het afvoeren van hinderlijke geuren en anderszins schadelijke stoffen. Voor mensen met luchtwegproblemen (astma) is ventilatie extra belangrijk. In de ruimtes wordt regelmatig geventileerd door het open zetten van de kleine raampjes op de groep (het liefst als de kinderen niet op de groepen aanwezig zijn).

Schoonmaak:
Er zijn twee partijen die schoonmaakwerkzaamheden verrichten op het kinderdagverblijf, namelijk de pedagogisch medewerksters en de vaste schoonmaakster. Hierover zijn duidelijke afspraken gemaakt. Pedagogisch medewerkers maken het volgende schoon: de stoelen / tafels en banken, de koelkast, de magnetron, de (grond-)box en het speelgoed. Dagelijks maken de pedagogisch medewerkers de toiletten en verschoningskussens schoon. Verder alles wat zich op een dag voordoet en direct schoongemaakt moet worden. De schoonmaak draagt zorg voor: vloeren, ramen, buitenkant van de kasten en meubels, spiegels, commode, wasbakken, toiletruimtes en slaapkamers.

Wassen:
Er wordt gewassen op de volgende temperaturen: – washandjes, handdoeken, slabbetjes etc.: 60˚C. – beddengoed, knuffels etc.: 60˚C. – speelgoed (zoals duplo etc.): 40˚C. Alle gewassen spullen worden gedroogd in de droogtrommel. Spullen die er niet in mogen worden uitgehangen op een droogrek.

Entree/hal

Entree hoofdingang:
De hoofdingang is altijd afgesloten . Ouders kunnen d.m.v een bel aanbellen. Pedagogische medewerkers kunnen alleen de deur vanuit de binnenkant openen.

Sluiten deuren:
Iedereen (ouders, collega’s, bezoekers) wordt erop gewezen de deur naar de hal goed te sluiten.

Gladheid:
Als er sprake is van gladheid wordt de entree gestrooid met strooimateriaal. Bij sneeuw wordt deze weggeveegd met een bezem en daarna gestrooid. Dit wordt gedaan door degene die het eerst aanwezig is op de locatie.

Stallen kinderwagen etc.:
Kinderenwagens worden in de gang gestald. Met ouders wordt afgestemd dat deze zo worden neergezet dat deze zo min mogelijk overlast geven in de ruimte. Dit geld tevens ook de maxicosi.

Eten, Drinken

Keuken Toelaten kinderen:
De keuken is afgesloten met een hekje die niet door kinderen open gemaakt kan worden. De kinderen mogen nooit (zonder begeleiding van een pedagogisch medewerker) in de keuken komen.
Waterkoker / koffiezetapparaat / magnetron:
Zet de waterkoker, het koffiezetapparaat en de magnetron altijd achterin op het aanrecht Giet de waterkoker na gebruik leeg.

Hete dranken:
Drink hete dranken uitsluitend aan tafel. Zorg dat de hete dranken ten alle tijden buiten bereik van kinderen staan. De thee wordt niet gedronken als er kinderen op schoot zitten. Thee voor kinderen wordt gemengd met koud water.

Eten:
Kinderen krijgen enkel eten aangeboden wat past bij de ontwikkeling van het kind. Kinderen eten en drinken uitsluitend zittend en aan tafel, niet tijdens spelen, rennen, lopen etc.

Bereiden van afgekolfde melk:
De melk moet voorzien zijn van de naam van het kind. Voor het opwarmen van de melk wordt een flessenwarmer gebruikt. Melk die nog bevroren is, wordt ontdooid door het onder een warme (geen hete) kraan te houden. Opgewarmde melk kan een uur na het opwarmen gebruikt worden. Opgewarmde melk kan niet nog een keer opgewarmd worden. Als er melk overblijft, moet het weg worden gegooid. De warme melk wordt aangeboden in een fles die het kind van thuis heeft meegebracht. Ook deze fles moet voorzien zijn van een naam. Als er met (fles)voeding gewerkt wordt, worden er van te voren handen gewassen.

Bereiden van kunstvoeding:
Kunstvoeding wordt gegeven in een de fles die van huis is meegenomen. Deze fles moet voorzien zijn van de naam van het kind. Het bereiden van de melk kan gedaan worden met water uit de kraan. Als ouders de voorkeur geven aan bronwater is dit mogelijk, maar moeten ouders dit zelf meenemen van huis. Ook dit moet voorzien zijn van een naam en bewaard worden in de koelkast. Water wordt opgewarmd tot ongeveer 37 graden. Daarna wordt het benodigde aantal schepjes melkpoeder toegevoegd aan de fles. Deze melkpoeder wordt ook (voorzien van de naam van het kind) meegegeven van thuis. Na het toevoegen van de poeder wordt de fles zachtjes geschud. Ook kunstvoeding mag niet nog een keer opgewarmd worden. Voor het bereiden van de fles, worden de handen gewassen.

Voedselhygiëne:
Goede hygiënische praktijken worden in alle fasen van de voedingsverzorging in acht genomen, dat wil zeggen bij: 1. Inkopen en bestellen De leverancier zorgt ervoor dat de producten op de goede temperatuur en met schone en onbeschadigde verpakkingen geleverd worden. 2. Bewaren en opslaan Na de levering worden de producten direct opgeslagen op de juiste plek met de juiste temperatuur (magazijn, koelkast, vriezer). Ook wordt daarbij even nagekeken of de houdbaarheidsdatum lang genoeg is. Op producten die in de vriezer gaan. 3. Bereiding – voor het bereiden van eten worden de handen gewassen – Bij het bereiden van voedsel wordt erop gelet dat er geen kruisbesmetting kan plaatsvinden. Houd vuile en rauwe producten apart van schone en bereide voedingsmiddelen. – Het wassen van verse voedingsmiddelen (zoals groente en fruit) is belangrijk, om zo bacteriën, zand etc eraf te spoelen. – Hand-, thee- en vaatdoeken worden regelmatig vervangen. – Er wordt alleen gewerkt met schone materialen – Door producten te verhitten op minimaal 75°C, worden de kans op bacteriën in het eten beperkt. – Degene die het eten bereid heeft korte nagels. Omdat alle pedagogisch medewerkers met eten te maken hebben, is de afspraak dat iedereen korte nagels heeft. – Degene die het eten bereid heeft de haren kort of vastgebonden. Dit is ook een algemene afspraak voor alle pedagogisch medewerkers. 4. Uitgeven en uitserveren Bij kamertemperatuur worden warme producten langzaam kouder en koude producten langzaam warmer. Koude gerechten worden daarom kort voor het serveren uit de koeling gehaald. Verder is het van belang dat gekoelde producten z.s.m. weer in de koelkast terug gaan. Elke kind maakt gebruik van zijn eigen beker en bord, dit wordt tijdens de maaltijd niet met andere verwisseld. 5. Reinigen Keukenapparatuur, het keukengereedschap en werkoppervlakken moeten na gebruik worden gewassen. De ruimten waar de voedingsverzorging plaats vindt moeten dagelijks worden gereinigd. Daarbij wordt het risico dat er schoonmaakmiddelen in het voedsel terecht komen vermeden. 6. Afvoeren van afval Afvalresten van eten worden direct in de prullenbak of container gedaan, dit i.v.m. het voorkomen van ongedierte. Koelkasten: De koelkasten zijn voorzien van een thermometer en de temperatuur van de koelkast is altijd beneden de 6°C graden. De producten worden vlak voor gebruik uit de koelkast gehaald en zo snel mogelijk terug in de koelkast geplaatst. Wekelijks worden de koelkasten schoongemaakt door de pedagogisch medewerkers zelf en of schoonmaakster.

Voedsel van thuis:
Ouders mogen voedsel meegeven van thuis. Dit voedsel moet voorzien zijn van de naam van het kind. Gekoelde producten mogen niet langer dan 30 minuten buiten de koelkast zijn geweest.

Afvalbakken:
Afval word bewaard in een afgesloten bak of zak. Deze wordt dagelijks geleegd en in een afgesloten zak in de container buiten gegooid.

Afwas:
De afwas wordt door de pedagogisch medewerker op de groep afgewassen of in de afwasmachine geplaatst. Als de vaat schoon is wordt deze afgedroogd met een schone theedoek en ingeruimd in het keukenkastje. Als de vaat uit de afwasmachine komt, wordt er indien nodig met een theedoek afgedroogd.

Toilet en verschonen

Verschoon- en toiletruimte Verschonen:
Kinderen die niet zindelijk zijn worden regelmatig verschoond. De luiers worden direct in de daarvoor bestemde afgesloten luieremmer gegooid. Na elke verschoning wast de pedagogisch medewerker de handen en wordt het aankleedkussen goed schoongemaakt. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een pompje met desinfectiemiddel. Het is belangrijk dat het kussen niet gescheurd is, want een kapot aankleedkussen is niet goed te reinigen. Zodra een verschoonkussen gescheurd is wordt deze vervangen door een nieuwe. Om te voorkomen dat ziektekiemen zich verspreiden, mag er geen speelgoed meegenomen worden in de verschoonruimte. Zet van te voren de benodigde verschoonspullen klaar. Loop nooit weg bij een kind als deze op het aankleedkussen ligt. Begeleidt kinderen ten alle tijden bij het naar boven en beneden klimmen van het trapje naar de aankleedtafel en kijk bij het uitklappen van het trapje goed of er geen kind tussen zit. Zet lotions, zalf etc. buiten bereik van kinderen.

Toiletgebruik:
Elke groep heeft een aparte ruimte waar een toilet aanwezig is voor de kinderen. Een toilet is een broedplaats van ziektekiemen, waardoor goede hygiëne belangrijk is. Kinderen worden direct door de pedagogisch medewerkers aangeleerd om op een verantwoorde manier gebruik te maken van het toilet. De toiletten zijn gemaakt op kinderhoogte, zodat de kinderen makkelijk op en af kunnen stappen. Hierdoor hoeven de kinderen de rand niet vast te houden. De kinderen die nog te klein zijn worden geholpen met opstappen. Als ze klaar zijn helpen de pedagogisch medewerkers met het afvegen van de billen. Ook wordt aan kinderen geleerd hoe ze dit zelf kunnen doen. Na het toiletgebruik wordt erop toegezien door de pedagogisch medewerkers dat kinderen hun handen wassen met vloeibare zeep. Ze drogen hun handen af aan papier wat direct in de prullenbak gegooid kan worden. Om te voorkomen dat ziektekiemen zich verspreiden, mag er geen speelgoed meegenomen worden in de toiletruimte.

Potjes:
Voor kinderen die het naar de toilet gaan spannend vinden, kan als tussenstap een potje worden gebruikt. Na gebruik wordt de pot geleegd en omgespoeld met warm water. Vervolgens wordt het potje schoongemaakt met een sopje en een aparte borstel. Schoonmaken van toiletten en verschoonruimte: In het kader van preventie van verspreiding van infectieziekten is met name het schoonmaken van de toiletten van belang. De toiletten worden minimaal eenmaal per dag schoongemaakt daarbij worden ook de doorspoelknop, deurklink en lichtknopje meegenomen. De pedagogisch medewerker draagt hier zorg voor.
Groepsruimte

In de leefruimte

Gebruik box:
Wanneer een baby zich optrekt tot staan in de box, wordt er geen speelgoed o.i.d. in de box gezet, waar de baby op kan klimmen en zo over de rand kan vallen. Oudere kinderen die uit de box kunnen klimmen, mogen niet meer in de box.

Gebruik wipstoeltjes / maxi-cosi / kinderstoelen:
Gebruik deze voor kinderen die hierin passen. Let op dat kinderen niet te zwaar of te beweeglijk zijn. De gordeltjes worden altijd dichtgedaan.

Ramen:
Bij de ramen staan geen opstapjes o.i.d. waar kinderen op kunnen klimmen. De ramen staan nooit verder open dan een kierstand. De kinderen kunnen de ramen niet zelf (verder) open zetten door het gebruik van kindveilige uitzetboompjes.

Gebruik van stoel en bank:
Kinderen spelen niet met of op een draaistoel. Kinderen mogen (als de leeftijd/ontwikkeling dit toelaat) onder begeleiding zelf in en uit een stoel / bank klimmen. Beweeglijke kinderen hebben een tuigje aan als ze op een stoel of in een bank zitten. Deze kinderen zitten zoveel mogelijk naast een pedagogisch medewerker en zitten nooit zonder toezicht aan tafel. Bij kleine kinderen wordt een stoelverkleiner gebruikt als ze in een bank / stoel zitten. In deze stoelverkleiner dragen kinderen altijd een tuigje, ook tussen de benen, zodat ze er niet onderuit kunnen zakken.

Deuren:
Tijdens het openen en sluiten van de deuren wordt er goed op gelet dat er geen kindervingers o.i.d. tussen de deur zit. Op sommige tussendeuren zit een beschermhoes, waardoor er geen vingers tussen kunnen komen. Deuren worden rustig geopend, er kunnen kinderen achter zitten. Zoals eerder vermeld is de deur tussen de groep en de gang altijd gesloten en zit de deurklink omhoog dat kinderen hier niet bij kunnen. Ook tussen de keuken en de groepsruimte zit een hekje die ten alle tijden op slot zit.

(Kleine) voorwerpen:
De groepsruimte wordt regelmatig gecontroleerd op de aanwezigheid van rondslingerende (kleine) voorwerpen. Er wordt alleen gespeeld met speelgoed wat geen gevaar oplevert voor de allerkleinste kinderen die van de ruimte gebruikmaken.

Lopen binnen:
Er wordt op toegezien dat er op de groepsruimte rustig gelopen wordt door zowel kinderen en pedagogisch medewerkers. Kinderen worden hier regelmatig op gewezen en daarbij wordt het belang ervan ook uitgelegd.

Schoonmaken van tafels / banken / stoelen:
Na elk eetmoment worden de tafels / banken / stoelen volledig gereinigd (met desinfectiespray) door de pedagogisch medewerker. De vloeren om de tafels heen worden geveegd en (zo nodig) met een (vochtige) doek schoongemaakt.

Speelgoed (schoon houden en veiligheid):
Biedt speelgoed aan dat passend is bij de ontwikkeling van het kind. Een goedgekeurd speelgoedje voor grote kinderen wordt niet zomaar aan een baby gegeven. De grotere kinderen worden hier ook bewust van gemaakt. Als de grote kinderen bezig zijn met kleine materialen, wordt er zorg voor gedragen dat de kleine kinderen hier niet bij kunnen komen. Verder wordt er voor gezorgd dat er niet teveel speelgoed op de vloer ligt, dit wordt regelmatig opgeruimd. Ook hierbij worden de kinderen betrokken. Koordjes die aan speelgoed zitten, mogen niet langer zijn dan 22 centimeter. Als speelgoed kapot of beschadigd is, wordt dit direct weggegooid of apart gelegd voor reparatie. Speelgoed wordt regelmatig schoongemaakt of gewassen. Er wordt gewerkt met een schoonmaakrooster, zodat dit niet vergeten kan worden. Verkleedkleren en knuffels worden 1x per maand uitgewassen op 60°C.

Gebruik van washandjes en slabbetjes:
Slabbetjes en washandjes worden voor 1 kind gebruikt en na gebruik direct in de wasmand gegooid. Als deze heet gewassen zijn (zie wasvoorschrift) en gedroogd kunnen ze opnieuw gebruikt worden.

Planten:
Bij Kinderopvang de Tantie`s staan er op de groepen geen planten. Alleen rondom het thema voorjaar staan er weleens voorjaarspotjes op tafel, waarin tulpen, narcissen o.i.d. zitten. Hiervoor wordt eerst gecontroleerd of er kinderen of pedagogisch medewerkers zijn die allergisch zijn voor deze planten of bloemen. De planten of bloemen worden geplaatst op een hoogte dat kleine kinderen niet in staat zijn ze te pakken en daardoor in de mond te stoppen. De pedagogisch medewerkers van de groep verzorgen de plantjes goed om te voorkomen dat er schimmelvorming of uitdroging plaats vindt.

Slaapruimte

Gebruik bedden:
Alle bedjes zijn voorzien van een hek. Dit hek wordt altijd afgesloten, zodat kinderen nooit uit bed kunnen. De hekjes zijn voorzien van een kinderslot aan de buitenkant, zodat ze niet door de kinderen open te maken zijn. De kinderen worden onder de oksels getild om ze in en uit bed te tillen. Kinderen die beneden slapen, kunnen zelf in de bedjes klimmen. De slaapkamers worden enkel gebruikt om kinderen in te slapen te leggen en dus niet als opslagplaats voor spullen. De bedden worden regelmatig gecontroleerd op stevigheid en stabiliteit.

Controleren slaapkamers:
Als er kinderen liggen te slapen, worden de camara`s aangezet en staat de babyfoon aan. Daarbij wordt ook de temperatuur van de slaapkamers gecontroleerd.

Gebruik van knuffels in bed:
Kinderen mogen van thuis knuffels meenemen om mee te slapen. De knuffels mogen geen losse stiksels o.i.d. bevatten.

Inbakeren en buikligging:
Kinderen worden bij Kinderopvang de Tantie`s alleen ingebakerd met toestemming van ouders. Dit geldt ook voor het op de buik te slapen van kinderen. Gebruik van andere slaapplekken voor baby’s: Bij hoge uitzondering worden kinderen te slapen gelegd op een andere plek dan de bedden in de slaapkamer. Een bed kan bijvoorbeeld geplaatst worden in een andere ruimte om het kind zo de rust te geven om te slapen. Ook kan het mogelijk zijn dat een kind slaapt in een daarvoor bestemde hangwieg of kinderwagen. De kinderwagen mag nooit worden afgesloten/afgedekt. Hierbij wordt altijd gebruik gemaakt van een babyfoon en wordt er elk kwartier gekeken.

Babyfoon:
Er staat op de gang 1 babyfoon centraal die voldoende bereik heeft voor de 4 slaapkamers. D.m.v. de camera`s is te zien om welk kindje het gaat.

Beddengoed:
Elke maandag worden de onderlakens van de bedden verdeeld onder de kindjes. Ieder kindje heeft daarbij zijn eigen hoeslaken. Deze worden iedere vrijdag uitgewassen. Mocht een kindje tussendoor spugen of andere vlekken veroorzaken word een hoeslakentje eerder verschoond. De dekbedden worden wekelijks verschoond.

Matrassen en dekens:
Matrassen en dekens worden wekelijks gelucht op het moment dat de bedden verschoont worden. 1x in de drie maanden worden de dekens gewassen in de wasmachine.

Buiten

Buiten spelen:
Bij de Tantie`s proberen we elke dag naar buiten te gaan met de kinderen. Het ene moment zal dit een uurtje zijn en het andere moment 10 minuten. Daarbij is het belangrijk dat de kinderen goed gekleed zijn op het weer wat er op dat moment aan de orde is. Daarom wordt regelmatig aan ouders gevraagd of zij willen zorgen voor passende kleding. Tijdens het buitenspelen is er altijd 1 pedagogisch medewerker van de groep aanwezig. . De speelplaats is omgeven door een stevig hekwerk en het overige deel grenst aan het gebouw van het kinderdagverblijf. Ook de hoogte van dit hek voldoet aan de eisen. De speeltoestellen op onze buitenspeelplaatsen hebben een veiligheidskeurmerk en voldoen aan de veiligheidseisen. Bovendien word het speelterrein en de speeltoestellen, met regelmaat gecontroleerd door de pedagogisch medewerkers.

Begroeiing:
In de tuinen stan bomen en planten, welke geschikt zijn voor kinderen. Deze worden jaarlijks gesnoeid. Tevens wordt er tijdens het buitenspelen gelet op de planten in de tuin of er geen stekels of dergelijke aangroeien die pijn kunnen gaan doen en worden direct door de pedagogisch medewerkers verwijderd. Bij de inrichting van de tuin is rekening gehouden met beplanting die geschikt is voor kinderen. Regelmatig komt er een tuinman om de tuinen goed te onderhouden.

Zandbakken:
Kinderen komen in de zandbak in contact met ziektekiemen. De zandbak is geplaatst op een plek waar zon en schaduw is. Indien noodzakelijk wordt de toplaag van de zandbak voorzien van nieuw speelzand. Om bacteriën en ongedierte zo veel mogelijk te vermijden mag er niet gegeten en/ of gedronken worden in en rondom de zandbak. Voor de zekerheid checken de pedagogisch medewerkers de zandbak voordat er in gespeeld wordt. Er wordt alleen maar speelgoed gebruikt dat geschikt is voor de zandbak zoals emmertjes, schepjes en zandbakvormpjes. Als de kinderen klaar zijn met spelen in de zandbak worden de kleren en schoenen uitgeklopt en de handen gewassen.

Zwembaden:
Bij mooi weer wordt er in de tuin gebruik gemaakt van waterbakken of zwembadje. Daarbij moet goed rekening gehouden worden met veiligheid en hygiëne. De waterbakken en zwembadjes worden dagelijks gevuld en tussentijds ververst indien er zichtbaar vuil is. De niet zindelijke kinderen dragen in het zwembad luiers, om vervuiling te voorkomen. Na gebruik van het zwembad wordt deze droog weggezet in de schuur of andere bestemming opgeruimd. Als het zwembadje in de tuin staat is er altijd een pedagogisch medewerker bij, ook als er op dat moment niemand in zit. Het zwembad moet ten alle tijden onder toezicht staan. Het is verstandig om kinderen een shirt en een hoedje op te zetten als ze in de zon in het water zitten of de bakken onder het schaduwdoek te plaatsen.

Wandelen / uitstapjes (toestemming):
Voor het maken van uitstapjes gelden een aantal afspraken. Zo moeten de pedagogisch medewerkers altijd minimaal met zijn tweeën zijn als er gewandeld gaat worden met de kinderen. Alle groepen maken ook gebruik van de grote wandelwagen. Hierin kunnen 6 peuters zitten. Ook beschikken wij over buggy’s voor de jongere kinderen. De grote peuters mogen zelf lopen aan de hand van de pedagogisch medewerkers. Als er een wandeling gemaakt gaat worden nemen de pedagogisch medewerkers de volgende voorwerpen mee: – Mobiele telefoon (op de locatie is bekend welk mobiel nummer bereikbaar is in geval van een calamiteit) In deze mobiele telefoon staat het nummer van de opvang vermeld. – E.H.B.O kit, de tekenpincet en de aspivirin ( het uitzuigsetje voor insecten) Bij het intakeformulier moet door ouders toestemming gegeven zijn voor het maken van een uitstapje. Dit moet door ouders ondertekent zijn.

Buitenspeel afspraken:
Het speelgoed etc. wordt opgeslagen in de schuur. Voordat de pedagogisch medewerkers met de kinderen naar buiten gaan wordt de speelplaats gecontroleerd op glas, sigaretten en andere gevaarlijke voorwerpen. – De pedagogisch medewerkers hebben een centrale plek tijdens het buiten spelen, zodat ze goed zicht hebben op alle kinderen en de volledige tuin. Er wordt ook steeds even rondgelopen. – Fietsen e.d. zijn bedoeld om op te zitten en mee rond te rijden. Er mag niet mee worden gebotst. Dit wordt aan de kinderen duidelijk uitgelegd en ook de reden ervan wordt verteld. De tuinslang wordt voor gebruik 3 minuten doorgespoeld i.v.m. de legionella bacterie. – Bij warm weer blijven kinderen binnen tussen 13:00 en 15:00. – Bij mooi weer worden kinderen een half uur voordat ze naar buiten gaan ingesmeerd met zonnebrandcreme. – Er wordt niet geklommen op het dak van de speelhuisjes. – Zoet eten en drinken wordt beperkt i.v.m. aantrekken van insecten en maak plakkerige handen en gezichten direct schoon. – Kinderen krijgen een rietje bij het buiten drinken om insecten steken in de mond te voorkomen. – Zorg dat het hek afgesloten is.

Teken:
Teken kunnen besmet zijn met ziekteverwekkende bacteriën en virussen. In Nederland zijn dit met name bacteriën die de ziekte van Lyme veroorzaken. Teken leven in bossen, in struiken en in hoog gras. Zoals eerder beschreven is er met de aanleg van de tuin rekening gehouden met risico’s voor kinderen. De kans op teken is klein. Als er toch een teek op de huid van een kind gevonden wordt, moet deze zo snel mogelijk verwijderd worden met behulp van een tekenpincet. Deze is aanwezig in de EHBO-kist. Ouders worden direct ingelicht als dit zich voor heeft gedaan.

Wespen en bijen:
Wespen en bijen veroorzaken nare steken. Ze worden aangetrokken door zoete geuren. De kinderen worden voor het naar buiten gaan gecontroleerd op plakkerige handen en monden. Wanneer een kind door een bij/wesp gestoken wordt, direct de angel verwijderen en het gif uitzuigen met een aspivirin. Deze is te vinden in de EHBO doos. Daarna eventueel een coldpack op het wondje leggen ter verkoeling . Soms treedt na een wespen – of bijensteek een heftige allergische reactie op (zwelling, ernstige benauwdheid, verwardheid en/ of bewusteloosheid). Wees hier alert op en waarschuw in dat geval de ouders en in ernstige gevallen ook een arts en/of ambulance. Als de pedagogisch medewerkers een uitje hebben buiten de omgeving van het kinderdagverblijf nemen zij de aspivirin mee.

Muizen en ratten:
Muizen en ratten kunnen overlast en schade veroorzaken. Met name ratten zijn ook bekend als overbrengers van infectieziekten. Het is belangrijk om het kinderdagverblijf en de directe omgeving goed schoon te houden, zodat er geen voedsel is voor deze dieren. Mocht er toch iets worden geconstateerd dan nemen wij contact op met de afdeling ongediertebestrijding van de gemeente of een professionele ongediertebestrijder laten komen. Bij de bestrijding wordt er goed op de veiligheid van de kinderen gelet. Zij mogen niet in aanraking komen met de giftige stoffen.
Medisch handelen

Richtlijnen bij ziekte

Het is belangrijk om altijd te zorgen dat de gegevens van ouders up-to-date zijn, zodat ze bereikbaar zijn als het nodig is. Bij twijfel wordt er een second opinion gevraagd bij een collega. Als er binnen de opvang sprake is van een infectieziekte of hoofdluis, worden ouders/verzorgers direct op de hoogte gebracht. – Als kinderen 38°C graden koorts hebben of hoger, wordt er met ouders contact opgenomen over het wel of niet blijven van het kind op de opvang. – Vertoont het kind duidelijk lichamelijk afwijkende kenmerken (zoals vlekken, uitslag, overgeven, diarree) dan moet afgewogen worden of het kind wel of niet kan komen. Bij (het vermoeden van) een besmettelijke ziekte blijft het kind in principe thuis. – Bij uitslag van waterpokken, mag het kind komen. Het gevaar van besmetting is dan al voorbij. Net als bij waterpokken mag het kind bij uitslag van de 5e en 6e ziekte kan het kind gewoon komen. – Bij een open koortslip wordt ouders verzocht hun kind thuis te laten, dit in verband met het gevaar wat het bij baby’s kan oplopen. – Bij verkoudheid kan het kind gewoon komen. – Bij herhaaldelijk ernstige diarree of overgeven kan het kind niet komen. Bij constatering van hoofdluis kan het kind na behandeling met daarvoor bestemde middelen en na overleg met de pedagogisch medewerkers gewoon naar de opvang. Het is daarbij belangrijk dat ouders het kind goed kammen en eventueel behandelen met speciale shampoos. Op de groep is het raadzaam om erop te letten dat kinderen niet teveel met hun hoofd in de buurt komen van andere kinderen. Uitwassen van knuffels etc. is achterhaald en niet meer nodig. – Kinderen mogen niet komen bij (een vermoeden van); bof, geelzucht, kinkhoest, mazelen, rode hond, roodvonk, RS-virus en krentenbaard. – Als het kind hangerig en huilerig is en daardoor veel meer aandacht nodig heeft van de pedagogisch medewerkers, is het raadzaam om het kind op te laten halen door ouders. Dit omdat het kind niet de aandacht krijgt die het verdiend en daarbij heeft het kind er recht op thuis te zijn als het zich ziek voelt. – In geval van een ongeluk(je) of ziekte waar direct medische hulp bij vereist is zullen De Tantie`s direct handelen in het belang van het kind. Als de mogelijkheid en de tijd er is, zal eerst met ouders gebeld en overlegd worden.

Ziek worden bij de Tantie`s’:
Als een kind ziek wordt bij De Tantie`s wordt er goed gekeken naar de symptomen en de temperatuur. Eventueel wordt het opgeschreven op het bord. Ouders worden gebeld om te overleggen over het eventueel ophalen van het kind. Ouders worden ook geïnformeerd als het kind niet direct opgehaald hoeft te worden. Als een kind een temperatuur heeft van 38 graden of hoger wordt er met ouders gebeld om te overleggen over het al dan niet ophalen van het kind. Als het kind zoveel aandacht nodig heeft dat het niet meer geboden kan worden op het kinderdagverblijf, wordt dit verzoek naar ouders gedaan.

Thermometer gebruiken:
Bij De Tantie`s is een thermometer aanwezig. Bij gebruik hiervan wordt een beschermhoesje gebruikt. Na gebruik wordt het hoesje weggegooid en de thermometer gedesinfecteerd.

Medicijnen toedienen:
In principe worden er door de pedagogisch medewerkers van De Tantie`s geen medicijnen verstrekt. Mocht dit in overleg met ouders toch noodzakelijk blijken, dan vullen ouders hierover een toestemmingsformulier in. Deze moet voorzien zijn van een handtekening. Belangrijk bij het toedienen van medicijnen is het volgende: – controleer de houdbaarheidsdatum – het medicijn moet altijd in de originele verpakking aangeleverd worden – bewaar de originele bijsluiter – maak duidelijke afspraken over wie het medicijn toedient – medicijnen worden buiten bereik van kinderen gehouden, volgens de richtlijnen. Als medicijnen in de koelkast bewaard moeten worden, moet dit een apart afsluitbare tas/box. Als er kinderen bekent zijn met een ziektebeeld of diagnose, zijn de vaste pedagogisch medewerkers behorende bij de groep van het kind op de hoogte van symptomen en handelingswijze. – er mogen nooit meer medicijnen aanwezig zijn dan het kind in 1 week op de opvang nodig heeft.
Paracetamol geven: Paracetamol wordt in principe niet gegeven door pedagogisch medewerkers. Als kinderen dit nodig hebben, komen ze niet op de opvang. Mocht het op welke reden dan ook noodzakelijk zijn, zal dit in overleg met de pedagogisch medewerkers plaats vinden.

Veiligheid

(bijna) Ongelukken:
Als er een (bijna) ongeluk heeft plaatsgevonden wordt de eigenaar hier direct van op de hoogte gebracht. Uiteraard worden ouders ook op de hoogte gebracht. Daarnaast wordt er een ongevallenregistratieformulier ingevuld. De eigenaar en pedagogische medewerksters bespreken in het teamoverleg wat er gebeurt is en of er maatregelen genomen moeten worden ter bevordering van de veiligheid.

Verbandtrommel:
Er is een verbandtrommel aanwezig. De verbandtrommel is op een makkelijk bereikbare plaats opgeborgen en dient altijd toegankelijk te zijn. Deze hangt bij De Tantie`s boven de commode middenin de ruimte. De pedagogisch medewerkers die de trommel hebben gebruikt aan dat dezeis geopend. Johannes Adviesbureau te Stadskanaal controleert deze vervolgens op alle aanwezige producten. Op de opvang is er altijd minimaal 1 persoon aanwezig die een certificaat heeft voor EHBO en 1 iemand met een diploma voor BHV.

Vierogenprincipe:
Om een goede en veilige opvang voor uw kind te garanderen hanteren wij het vierogenprincipe. Ons uitgangspunt is dat er vrijwel altijd iemand mee moet kunnen kijken en/of luisteren. Dat houdt in dat alle medewerkers hun werkzaamheden enkel kunnen uitvoeren, als zij gehoord of gezien kunnen worden door een andere volwassene. Dit bereiken we door onze groepen en het gebouw slim in te richten. Zo zetten we stagiaires in bij een medewerker die alleen staat of voegen we groepen samen indien nodig en mogelijk. Een enkele keer komt het voor dat de pedagogisch medeweker een paar uurtjes alleen met de kinderen op de groep is, bijvoorbeeld om een activiteit te doen met een aantal kinderen. Het vierogenprincipe wordt op onderstaande wijze verantwoord: – er zijn binnen 15 minuten reisafstand collega’s inzetbaar – alle ruimtes zijn van ramen voorzien waardoor er naar binnen kan worden gekeken – er wordt gewerkt met een babyfoon in de slaapkamer die vanuit de gang niet te controleren is .
Verdenking van (sexueel) misbruik van een medewerker naar het kind:
Als er aanwijzingen zijn dat een medewerker seksueel of ander geweld gebruikt tegen een kind, wordt direct de directie ingelicht. Ook wordt er direct overlegt met de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. Dit is verplicht sinds 1 juli 2013. De vertrouwensinspecteur adviseert u wat u moet doen. Op de groep is de meldcode kindermishandeling aanwezig, waar in staat hoe er in deze situatie gehandeld dient te worden.

Plaatsing bij bijzonderheden:
Wanneer tijdens of voor de plaatsing van een kind bekend is dat er sprake is van een bijzonderheid in de ontwikkeling van een kind, zal per situatie bekeken worden of plaatsing binnen onze instelling mogelijk is/blijft. In beperkte mate is het mogelijk aanpassingen in de groep te doen, zodat het mogelijk is het kind op verantwoorde wijze te blijven opvangen. Dit kan echter alleen wanneer dit niet teveel extra belasting geeft voor de leiding of de andere kinderen. Ook zal er een overweging gemaakt moeten worden of het voor de ontwikkeling van het kind zelf wel voldoende is om in onze organisatie opgevangen te worden. Voor sommige kinderen is kleinschalige opvang meer passend, omdat het functioneren in een groep lastig kan zijn.

De Tantie`s,

Ter apel januari 2018

Uw zoon of dochter bij ons aanmelden?

Wij leiden u graag rond!